Back to All Events

Solo Recital

  • Deusterstraat Peer, Vlaanderen, 3990 Belgium (map)

Paul Hindemith sonate voor viool solo, opus 11 nr. 6 in sol klein (1917/1918)

  •  Mäßig schnell
  •  Siziliano. Mäßig bewegt
  •  Finale. Lebhaft

Béla Bartók sonate voor viool solo, Sz 117, BB 124 (1944)

  •  Tempo di ciaccona
  • Fuga. Risoluto, non troppo vivo
  • Melodia. Adagio
  • Presto.

Nadat J. S. Bach zijn monumentale sonates en partita’s voor viool solo componeerde, zijn slechts enkele componisten in zijn voetsporen durven treden. Paul Hindemith en Béla Bartók behoren tot deze dapperen. Twee componisten die zich sterk door Bach hebben laten inspireren en zich aan dit genre hebben gewaagd. Hun composities voor viool solo hebben een nieuwe dimensie gegeven aan het vioolrepertoire van de 20ste eeuw. 

 

Bij de sonates van Paul Hindemith is de invloed van Bach vooral op stilistisch vlak merkbaar. Hindemith schreef de sonate voor viool solo opus 11 nr. 6 in 1917 en 1918, tijdens de Eerste Wereldoorlog. In deze periode, zo verklaart hij zelf, experimenteert hij met verschillende compositietechnieken om een zo groot mogelijke vorm van expressie te bereiken. Dit werk bleef echter ongepubliceerd. Waarom? Dat weten we niet. Het werk is van een jonge Hindemith die nog niet dezelfde maturiteit heeft als bij zijn latere twee solosonates, maar de genialiteit van de componist is wel al duidelijk voelbaar. Na zijn dood werd het manuscript van het derde deel gevonden, alsook de laatste maten van het tweede deel. Pas rond de eeuwwisseling dook er een kopie van het volledige werk op. Sindsdien is het werk sterk in populariteit gestegen.

 

Béla Bartók schreef zijn sonate voor viool solo Sz. 117 in 1944. Dit is het laatste werk dat Bartók voltooide, voor zijn dood in 1945. De invloed van J. S. Bach is heel duidelijk in dit werk. In november 1943 hoorde Bartók de sonate in do groot voor viool solo tijdens een solo recital van Yehudi Menuhin. Het is deze derde sonate die Bartók als voorbeeld heeft genomen voor zijn solo sonate. In beide werken kan de traag-snel-traag-snel cyclus teruggevonden worden. Al doet  het eerste deel, zoals de titel doet vermoeden, meer denken aan het laatste deel van de partita in re klein voor viool solo van J. S. Bach: tempo di ciaconna. De driestemmige fuga wordt gevolgd door een lyrische melodia en het werk eindigt met een vinnig snel presto.

Earlier Event: May 6
Kaos Quartet
Later Event: July 7
Concert with Yuzuko Horigome (JP)